De beginnende prediking van Johannes de Doper

25 januari 2019

We lezen in Johannes 1 van de getuigenis die Johannes de doper mag uitspreken m.b.t. de Heere Jezus. Als hem de vraag gesteld wordt wie hij is, dan is het antwoord: “Ik ben de stem des roepende in de woestijn”. Hij verwijst naar Jesaja 40 vers 3 waar staat: “Een stem des roependen in de woestijn: Bereidt den weg des HEEREN, maakt recht in de wildernis een baan voor onzen God. Hij is alleen maar een stem! In vers 27 spreekt hij van zijn onwaardigheid ten opzichte van Hem voor Wie hij de weg bereiden mag.
Hij zegt daarvan: “Wien ik niet waardig ben dat ik Zijn schoenriem zou ontbinden”. Wat een ootmoed. Is dat uit genade ook onze gestalte? Dan mag hij Hem als de wegbereider aanwijzen. Hoe wist Johannes Wie Hij was? Het is God zelf Die hem dat bekend heeft gemaakt. De Heere heeft hem bekend gemaakt dat Hij het is “Op Welken gij den Geest zult zien nederdalen, en op Hem blijven”. En dat heeft hij mogen zien en ervaren. Hij zegt er zelf van: “En ik heb gezien en heb getuigd, dat Deze de Zone Gods is”. Dan ziet Johannes Jezus tot zich komen en dan roept hij de omstanders toe: “Zie, het Lam Gods, Dat de zonde der wereld wegneemt”. Hij roept zijn hoorders toe: zie! Dat betekent, let op, daar is Hij van Wie ik net gesproken heb. Hij is het op Wie ik wijzen mag. Hij is het Die gekomen is om de zonden van Zijn kerk weg te nemen. Hij is het waarvan de apostel Johannes in het boek Openbaring zegt: “een Lam, staande als geslacht”. De apostel Paulus spreekt er van in Hebreeën 10 vers 9 en 10: “Toen sprak Hij: Zie, Ik kom, om Uw wil te doen, o God. Hij neemt het eerste weg, om het tweede te stellen.
In welken wil wij geheiligd zijn door de offerande des lichaams van Jezus Christus, eenmaal ge-schied”. Hij Die Zijn leven heeft willen geven om alles verbeurde zondaren het leven te schenken. Hebben wij Hem al nodig gekregen? Elke zondag wordt Hij ons aangewezen. Ook op school mag deze boodschap worden doorgegeven. Wat is de vrucht daarvan? Mag het zijn: “en zij volgden Jezus”? Dan kunnen we met de dichter van Psalm 104 vers 17 instemmen:

Ik zal, zolang ik 't levenslicht geniet,
Gods mogendheid verheffen in mijn lied.
Ik zal mijn God met lofgezangen eren,
Terwijl ik nog op aarde mag verkeren.
Mijn aandacht zal op Hem gevestigd staan,
En met vermaak Zijn grootheid gadeslaan;
Ik zal mij in den God mijns heils verblijden,

En dag op dag aan Hem mijn psalmen wijden.B. Paanstra



Terug naar het nieuwsoverzicht