Duisternis en licht

23 februari 2019

Als we deze keer nadenken over duisternis en Licht dan moeten wij eerst vaststellen op grond van Gods Woord dat wij van nature in de duister-nis verkeren. In Johannes 12 vers 45 schrijft Johannes dat de Heere Jezus zegt: “Ik ben een Licht, in de wereld gekomen, opdat een iegelijk, die in Mij gelooft, in de duisternis niet blijve”. Dat betekent dat zij die niet geloven, en dat zijn wij van nature allemaal, in de duisternis verkeren. Als wij in duisternis verkeren, betekent het dat wij veroordeeld zullen worden, ja alrede veroordeeld zijn. Matthew Henry zegt over hen en van hen het volgende:

- Het gaat om hen, die Christus woorden horen en ze toch niet geloven.
Degenen die het Evangelie niet gehad hebben zullen niet om hun ongeloof veroordeeld worden. Maar degenen die het wel gehoord heb-ben en niet gewild hebben, zijn reeds in het oordeel begrepen.
- Het gaat om hen die Christus verwerpen, minachten. Zie vers 48: “Die Mij verwerpt, en Mijn woorden niet ontvangt, heeft, die hem oor-deelt; het woord, dat Ik gesproken heb, dat zal hem oordelen ten laatsten dage”.
- Het gaat om hen, die Zijn wonderlijke geduld en Zijn lankmoedigheid geringschatten. Het ging Hem om hun behoud, om hun zaligheid. Hij heeft door Zijns zelfs offerande de zonde van hen teniet willen doen.
- Het gaat om hen die het zekere en onvermijdelijke oordeel der ongelovigen te horen zullen krijgen, wat ook een rechtvaardig oordeel zal zijn. Een aangrijpende zin: niets is ontzettender dan misbruikte lankmoedigheid en genade, die met voeten getreden werd.

De profeet Jesaja schrijft over het volk dat in duisternis wandelt: “Het volk dat in duisternis wandelt, zal een groot licht zien; degenen die wonen in het land van de schaduw des doods, over dezelve zal een licht schijnen”. Dat Licht is gekomen. Wij hebben in de afgelopen weken van Zijn komst weer mogen horen. Dan zegt de Heere Jezus: “die in Mij gelooft, zal in de duisternis niet blijve”. Wordt dat geloof in ons gevonden? Is de duisternis uit genade uit ons hart verdreven? Is het uw vraag, hoe zal ik dan geloven? De apostel Paulus wijst ons de weg: “Want uit genade zijt gij zalig geworden door het geloof; en dat niet uit u, het is Gods gave”.

Dat we die God mogen aanlopen als een waterstroom om te vragen of Hij dat geloof ook ons en onze kinderen wil schenken. Dat geloof waarvan Christus zegt: “Die in Mij gelooft, gelooft in Mij niet, maar in Degene, Die Mij gezonden heeft”. Het gaat Christus om de eer van Zijn Vader. Waar is het ons om te doen?

Welzalig zij, die, naar Zijn reine leer,
In Hem hun heil, hun hoogst geluk beschouwen;
Die Sions Vorst erkennen voor hun HEER;
Welzalig zij, die vast op Hem betrouwen.

B. Paanstra



Terug naar het nieuwsoverzicht