De onmisbaarheid van Gods Geest

29 juni 2018

In 1 Kor. 2 vers 12 en 13 staat: Doch wij hebben niet ontvangen den geest der wereld, maar den Geest Die uit God is, opdat wij zouden weten de dingen die ons van God geschonken zijn;
Dewelke wij ook spreken, niet met woorden die de menselijke wijsheid leert, maar met woorden die de Heilige Geest leert, geestelijke dingen met geestelijke samenvoegende.

Er is hier iemand aan het woord die het zelf heeft moeten ervaren wat het inhoudt: “De geest der wereld, die wij van nature allemaal in ons omdragen, was in hem”. Hij was blind voor de noodzakelijkheid van het borgwerk van Christus, hij vervolgde Hem zelfs. Hij was op zijn eigen eer gesteld. Ging er zelfs in op om volgelingen van Christus uit te leveren aan de raad. Het was Saulus die op weg naar Damascus te horen kreeg: “Saul, Saul, wat vervolgt gij Mij?”. In zijn grote blindheid horen wij hem zelfs uitroepen: “Wie zijt Gij, Heere?”. Kennen wij de Heere? Kennen wij Hem in Zijn spreken? Of zijn wij nog vervuld met de geest der wereld? In opdracht van de Heere wordt Saulus naar de straat De Rechte gebracht waar hij drie dagen niet at en dronk. De kanttekeningen geven daarbij aan: of door grote verslagenheid of om te bidden en boetvaardigheid. Dan lezen we van een Ananias, een discipel, die de opdracht krijgt om Saulus op te zoeken. We lezen van deze ontmoeting het volgende: “En Ananías ging heen en kwam in het huis; en de handen op hem leggende, zeide hij: "Saul, broeder, de Heere heeft mij gezonden, namelijk Jezus, Die u verschenen is op den weg dien gij kwaamt, opdat gij weder ziende en met den Heiligen Geest vervuld zoudt worden”. Wat is de vrucht van het “vervuld” worden van de Heilige Geest? Nadat hij de spijze genomen had predikte hij terstond Christus. De les hieruit is dat ook wij niet zonder Die Geest kunnen. Het is Die Geest Die ons wijs kan maken tot de zaligheid. Wat moet ons dagelijkse gebed zijn om verlost te mogen worden van de geest der wereld en dat we uit genade de Geest, Die uit God is, mogen ontvangen. Dat geldt voor ons en onze kinderen.

Och, schonkt Gij mij de hulp van Uwen Geest!
Mocht die mij op mijn paân ten leidsman strekken!
'k Hield dan Uw wet, dan leefd' ik onbevreesd;
Dan zou geen schaamt' mijn aangezicht bedekken,
Wanneer ik steeds opmerkend waar' geweest,
Hoe Uw geboôn mij tot Uw liefde wekken.

B. Paanstra



Terug naar het nieuwsoverzicht