Lijdensweken en biddag

8 maart 2019

Wat doen wij in Nederland veel aan het verbeteren en het behoud van onze gezondheid en ons leven. Dit wordt gedaan door verbeterde voeding en voedingspatronen. Een gezondheidszorg die qua kwaliteit steeds beter wordt. Ook wordt er (ook in onze kringen) veel gesport. Wat hebben wij er veel voor over om ons lichaam in een goede conditie te krijgen en te houden.

Hoe is dat met onze ziel? Hebben wij daar ook zoveel zorg om? Hoeveel tijd besteden wij aan het behoud van onze ziel en die van onze kinderen? In de Heidelbergse Catechismus komen we iemand tegen die het behoud van zijn ziel wel op het oog heeft. Hij is erachter gekomen dat het niet goed gaat, dat het aan zijn kant een verloren zaak is. Als er geen wonder gebeurt, zal hij een rechtvaardige straf moeten ondergaan. Hoor hem vragen: is er enig middel, waardoor wij deze straf zouden kunnen ontgaan en wederom tot genade komen? Is dat ook onze vraag? De vraagsteller is erachter ge-komen dat de verlossing buiten hemzelf, van Boven moet komen. Een Verlosser die waarachtig en rechtvaardig mens is, en nochtans ook sterker dan alle schepselen, dat is, die ook tegelijk waar-achtig God is.

Van Hem mogen wij deze weken weer horen welke weg Hij heeft willen gaan om een mogelijkheid van zalig worden aan te brengen voor Zijn volk. Zien wij uit naar deze zo duur gekochte zaligheid? Is het ons te doen om de wetenschap dat Hij ook voor ons aan het kruishout heeft uitgeroepen “het is volbracht”? Met minder kan het niet!!

En dan mag het komende woensdag biddag zijn. Dat het bovenstaande onze eerste en belangrijkste vraag mag zijn. Dan is het elke dag biddag. Dat we daarnaast ook mogen vragen om hetgeen nodig is voor het tijdelijke. Wat een onverdiend voorrecht dat de Heere nog een vrijmoedige toegang tot de troon der genade geeft. Zullen we elkaar ook niet vergeten in het gebed? Dan hebben de predikanten en hen die een taak hebben in de leesdienst ook ons gebed zo nodig. Maar ook onze school en de arbeid die daar mag verricht worden kan uw, ons gebed niet missen. Dat ons gebed maar gedurig mag zijn:

Zie op ons neder in genâ,
Opdat ons werk voorspoedig ga;
En scheld ons alle misdaân kwijt,
O HEER, die vol ontferming zijt.

Schenk Uwen zegen bij Uw Woord;
Het rijk des satans word' verstoord;
Sterk leraars, sterk onz' overheid,
In 't werk, door U hun opgeleid.

B. Paanstra



Terug naar het nieuwsoverzicht