Betaaldag

18 april 2019

Goede Vrijdag wordt ook wel de betaaldag van de Kerk genoemd. Het is het moment dat aan het kruishout op Golgotha is uitgeroepen: “Het is volbracht”! Christus heeft op dat moment de schuld betaald van Zijn Kerk. De schuld die zij hadden moeten betalen heeft Hij uit genade op Zich genomen. Een onbevattelijk wonder als dat ook voor ons en onze kinderen zou mogen gelden. Mogen wij weten dat Goede Vrijdag ook voor ons en onze kinderen de betaaldag was? Is dat onze levensbelangrijke vraag geworden?

We ontmoeten in de Heidelbergse Catechismus iemand voor wie deze vraag van levensbelang is geworden. Hoor maar: Vr12: Aangezien wij dan naar het rechtvaardig oordeel Gods tijdelijke en eeuwige straf verdiend hebben, is er enig middel, waardoor wij deze straf zouden kunnen ontgaan en wederom tot genade komen? Is dat ook uw worsteling? Is dat uw levensvraag voor u en de kinderen? Op deze vraag krijgt de vraagsteller het volgende antwoord: God wil dat aan Zijn gerechtigheid genoeg geschiede; daarom moeten wij aan haar, óf door onszelven, óf door een ander, volkomenlijk betalen. Met dit antwoord is het van zijn kant geheel verloren, voor eeuwig verloren. Hij kan niet betalen, hij heeft alles verzondigd! Zijn schuld is te groot! Tijdens de afgelopen weken en in de komende dagen mogen we herdenken dat de Heere Jezus een weg van lijden en sterven heeft willen gaan om vijanden met God te verzoenen. Vrijwillig is Hij deze weg gegaan. Het was Hem om de eer en de wil van Zijn Vader te doen. Het was en is Zijn wil om geestelijk doden door Zijn dood weder levend te maken. De oorzaak hiervan ligt in het uur van het welbehagen. In de nooit begonnen eeuwigheid heeft de Vader Zich de vraag gesteld: “Hoe zal Ik u onder de kinderen zetten, en u geven het gewenste land, de sierlijke erfenis van de heirscharen der heidenen?” Toen heeft het geklonken uit de mond van Gods enig geboren Zoon: “Zie, ik kom; in de rol des boeks is van mij geschreven”. Daar is er een poort geplaatst in de muur die wij door de zondeval hebben opgetrokken tussen God en ons als mensen. Op die Deur staat geschreven: “Ik ben de Weg, en de Waarheid, en het Leven. Niemand komt tot den Vader, dan door Mij”. Alleen in en door Hem is er nog een mogelijkheid van zalig worden. Dat de Heere de nood van onze ziel en die van onze kinderen maar op het hart wil binden en dat de onderstaande Psalm ons gedurig gebed mag zijn:

O God, verlos en red mij uit den nood;
De waat'ren zijn tot aan de ziel gekomen;
Ik zink in 't slijk; ik voel mij overstromen;
Ik ga te grond'; de vloed is mij te groot.
Ik roep mij moê in dezen jammerstaat;
Mijn keel is hees, zij is van droogt' ontsteken;
En daar ik hoop op God, mijn toeverlaat,
Schrei ik mij blind; mijn ogen zijn bezweken.

B. Paanstra



Terug naar het nieuwsoverzicht