5 mei 1945 - Vrijheid / vrede?

10 mei 2019

Een paar dagen geleden hebben wij stil mogen staan bij de bevrijding van ons Nederland. Ons land dat 5 jaar lang overheerst werd door de Duitsers. Wat is het ook toen waar geworden: wie God verlaat, heeft smart op smart te vrezen. Een dag eerder (4 mei) hebben we gedacht aan al die mensen (jong en ouder) die hun leven hebben verloren voor deze vrijheid. Onverdiend heeft ons Nederland, hebben wij 74 jaar geleden de vrijheid weer ontvangen. Waar heeft dat ons gebracht? Wat houdt deze vrijheid werkelijk in? Geen overheer-sing meer door de Duitsers! Wordt de inhoud van deze vrijheid straks dat wij geen bijzonder onderwijs meer mogen hebben? Dat ouders zelf niet meer mogen beslissen over het wel of niet inenten van hun kinderen? Dat door anderen wordt bepaald of een leven nog waarde heeft? Dat we straks niet meer mogen spreken van man of vrouw? Wat een onenigheid in het maatschappelijke leven, maar ook in het kerkelijke leven! Is dat de inhoud van onze vrijheid? Het is wel onze verantwoordelijkheid om de vrede te bewaren. “Indien het mogelijk is, zoveel in u is, houdt vrede met alle mensen”.

Met Goede Vrijdag en Pasen hebben we mogen herdenken dat Gods Kerk in Christus de vrijheid, de vrede heeft mogen ontvangen. Vanaf het mo-ment van de val in Adam leven wij in vijandschap met God. Daar hebben wij ons geschaard onder de banier van de vorst der duisternis. Toen is het óók waar geworden: wie God verlaat heeft smart op smart te vrezen. Een tweetal dagen voor de “bevrijding” van Gods kinderen hebben we mogen herdenken dat het Christus Zijn leven heeft gekost. Dat Hij Zijn leven heeft willen geven om Zijn Kerk de vrijheid weer te geven. Dat de Vader Zijn Zoon heeft willen geven voor deze vrijheid, voor deze vrede! Wat is de inhoud van de vrede die de Heere Jezus uitspreekt bij de verschijning aan de discipelen; “Vrede zij ulieden”? Een belangrijk uitgangspunt is dat deze vrede niet afhankelijk is van mensen maar volmaakt is in God. De vrede komt bij God vandaan, luister maar naar de dichter van Psalm 35 vers 25: “Laat hen vrolijk zingen en verblijd zijn, die lust hebben tot mijn gerechtigheid; en laat hen geduriglijk zeggen: Groot ge-maakt zij de HEERE, Die lust heeft tot den vrede Zijns knechts!”.

Was het niet Asaf van wie de ogen geopend werden voor het verschil van de vrede van de goddelozen en van wie de Heere mogen vrezen? Deze vrede is niet alleen voor deze tijd, maar is eeuwigdurend. Deze vrede is in de eeuwigheid volmaakt! De apostel Paulus mag weten met Gods kinderen: “Wij dan, gerechtvaardigd zijnde uit het geloof, hebben vrede bij God, door onzen Heere Jezus Christus”. Omdat Abraham uit genade vrede van God in Christus had ontvangen mocht van hem getuigenis worden gegeven dat hij een stad verwachtte die fundamenten heeft, welks kunstenaar en bouwmeester God is. Zijn wij met onze kinderen ook naar die stad op reis? Mogen wij deze vrede van God door Christus kennen?
Dat we met de dichter van Psalm 4 zouden mogen zingen:

Gij hebt m' in 't hart meer vreugd gegeven,
Dan and'ren smaken in een tijd,
Als zij, door aards geluk verheven,
Bij koorn en most wellustig leven,
ln hunnen overvloed verblijd.
Ik zal gerust in vrede slapen,
En liggen ongestoord ter neer;
Want Gij alleen, mijn schild en wapen,
Schoon 't onheil schijnt voor mij geschapen,
Zult mij doen zeker wonen, HEER.

B. Paanstra



Terug naar het nieuwsoverzicht