Pinksteren en daarna

21 juni 2019

Ruim een week geleden mochten we stil staan bij de uitstorting van de Heilige Geest. Wat is de Heere een Waarmaker van Zijn Woord. Wat Hij beloofd heeft is werkelijkheid geworden. De discipelen en daarbij ook Gods Kerk hebben Zijn Trooster, op Zijn tijd, mogen ontvangen. Wij ook? Geschonken aan doodschuldige zondaren, wat een genade!

Die Geest waarvan de Heere Jezus spreekt in Johannes 14 vers 26: “Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles, wat Ik u gezegd heb”. Wat is dat waar geworden bij de discipelen. Op de dag van Zijn hemelvaart vragen de discipelen, waaronder ook Petrus, “Heere, zult Gij in dezen tijd aan Israël het Koninkrijk wederoprichten?” Hebben ze het na het vele onderwijs van de Leraar ter gerechtigheid het nog niet begrepen? Nee, hun oog, maar ook onze ogen zijn er van nature voor gesloten. Wat was hun verstand, maar ook ons verstand verduisterd.

Tien dagen na deze vraag horen we Petrus preken waarom de Christus moest lijden en sterven. Dat Hij is opgestaan en ten hemel is gevaren. Wat is het op dat moment in het leven van Petrus zichtbaar: “Die zal u alles leren, en zal u indachtig maken alles, wat Ik u gezegd heb”.

Hieruit kunnen we leren dat Gods Geest onmisbaar is, ook voor ons en onze kinderen. Wat was de vrucht van de prediking van Petrus? Hoor ze roepen: “Wat zullen wij doen mannen broeders?”. Door de werking van Gods Geest werden er tot de gemeente toegedaan 3000 zielen.

Wat een rijke vruchten werden er in deze eerste gemeente gevonden. Er was een “volharding in de leer, in de gemeenschap , en in de breking des broods, en in de gebeden”. Wordt deze vrucht onder ons ook gevonden? Tot slot staat er: “En de Heere deed dagelijks tot de Gemeente, die zalig werden”. Kan dat nu nog? Ja, God is niet veranderd. Hij is nog steeds Dezelfde. Dat we dan ook Hem mogen vragen of de Heere door Zijn Geest ook in onze harten en in de harten van onze kinderen wil werken. Dat Hij daar het Bijbelverhaal voor wil gebruiken wat de kinderen elke week nog in vrijheid op onze school mogen horen.

Dat ons gebed maar gedurig mag zijn:

Och, schonkt Gij mij de hulp van Uwen Geest!
Mocht die mij op mijn paân ten leidsman strekken!
‘k Hield dan Uw wet, dan leefd’ ik onbevreesd;
Dan zou geen schaamt’ mijn aangezicht bedekken,
Wanneer ik steeds opmerkend waar’ geweest,
Hoe Uw geboôn mij tot Uw liefde wekken.

B. Paanstra



Terug naar het nieuwsoverzicht