Kom in contact op de tweede dinsdag

Het persoonlijke en gemeenschappelijke gebed

26 juni 2020

In Handelingen 4 lezen we van een gemeente die Gods aangezicht zoekt in het gebed. Dit gebed is een gevolg van hetgeen eraan voorafging. Na de uitstorting van de Heilige Geest hebben de discipelen Gods Woord mogen verkondigen. Deze prediking werd door de Heere rijkelijk gezegend. Er was veel vrucht op de prediking.

Maar waar de Heere werkt ontstaat vijandschap. Petrus en Johannes worden beide gevangengenomen door de “kerk”. Door de Farizeeën en de Schriftgeleerden worden ze ter verantwoording geroepen. De vraag wordt hen gesteld: “Door wat kracht, of door wat naam hebt gijlieden dit gedaan?” Wat komt hier de vijandschap naar boven. Zij wisten als geen ander wat in Gods Woord, in het Oude Testament was voorzegd. Zijn ze dat vergeten? Nee, ze wilden er niet van weten!

Dan mag de apostel Petrus wijzen op Hem in Wiens kracht deze wonderen zijn verricht. Hij wijst ze erop dat “Deze is de Steen, Die van u, de bouwlieden, veracht is, Welke tot een hoofd des hoeks geworden is”. Hij wijst hen op hun daden, op hun zonden. Wat is hij eerlijk in de boodschap die hij brengen mag. Hij mag ze ook wijzen op de mogelijkheid van zalig worden: “En de zaligheid is in geen Anderen; want er is ook onder den hemel geen andere Naam, Die onder de mensen gegeven is, door Welken wij moeten zalig worden”. Maar daar wil de “kerk” niet van weten. Petrus en Johannes wordt het zwijgen opgelegd.

Hoe is dat bij ons? Ook wij kunnen niet buiten deze zaligheid.

Als ze dan worden vrijgelaten met de opdracht om niet meer in de Naam van Jezus te spreken noch te leren komen ze terug bij de gemeente. En daar worden knieën gebogen. Daar wordt de Naam des Heeren aangeroepen voor hun vijanden. Daar worden de noden en de zorgen van de tijd de Heere voorgelegd.

Doen wij dat ook? Buigen wij ook onze knieën samen met onze kinderen om de noden en zorgen van deze tijd de Heere voor te leggen? Bidden wij ook voor Zijn dienstknechten en voor de rechte boodschap van vrije genade in en door Jezus Christus?

De Heere toonde ook na dit gebed dat Hij een hoorder is van de gebeden: “En als zij gebeden hadden, werd de plaats, in welke zij vergaderd waren, bewogen. En zij werden allen vervuld met den Heiligen Geest, en spraken het Woord Gods met vrijmoedigheid”.

B. Paanstra



Terug naar het nieuwsoverzicht