Kom in contact op de tweede dinsdag

Er werden meer en meer toegedaan...

11 juli 2020

In Handelingen 5 vers 14 lezen we: “En er werden meer en meer toegedaan, die den Heere geloofden, menigten beide van mannen en van vrouwen”. In de kanttekening wordt verwezen naar Hand. 2 vers 47, daar staat: “En de Heere deed dagelijks tot de gemeente, die zalig werden”. Wat een rijke tijd. Er staat bij de kanttekening van dit vers: Dat is, wrocht krachtiglijk door Zijn Heiligen Geest in de harten der mensen, dat zij zich tot de gemeente der gelovigen voegden.

Hoe komt het dat er in die tijd zoveel mensen werden toegedaan en nu niet? Waren de mensen toen beter? Verdienden de mensen toen de zaligheid meer dan in onze tijd? Nee, het waren mensen die van dezelfde lap zijn gescheurd als wij. Was God toen anders dan in onze tijd? Nee, De Heere is van eeuwigheid tot eeuwigheid dezelfde!

Aan wie ligt het dan wel? AAN ONS! Van de eerste gemeente staat geschreven: “En zij waren volhardende in de leer der apostelen, en in de gemeenschap, en in de breking des broods, en in de gebeden. En een vreze kwam over alle ziel; en vele wonderen en tekenen geschiedden door de apostelen. En allen, die geloofden, waren bijeen, en hadden alle dingen gemeen; En zij verkochten hun goederen en have, en verdeelden dezelve aan allen, naar dat elk van node had. En dagelijks eendrachtelijk in den tempel volhardende, en van huis tot huis brood brekende, aten zij te zamen met verheuging en eenvoudigheid des harten; En prezen God, en hadden genade bij het ganse volk”.

Laten wij ons gemeente zijn, ons eigen leven is naast de leden van deze gemeente leggen. Wat gaat er van ons uit? Zijn wij anderen tot een voorbeeld? Zijn wij een levend voorbeeld voor onze omgeving en voor onze kinderen? Er was een gedurig gebed. Er was eenheid! Wordt dat gebed en deze eenheid onder ons gevonden? Waar is het ons om te doen? Krijgt de Heere in ons leven de eer? Als we eerlijk zijn, moeten we bekennen dat dat meestal niet zo is, dat we er niet toe in staat zijn, dat we het zelfs niet willen. Wat een wonder dat de Heere ons nog steeds draagt en verdraagt. Dat het gebed onder ons maar veel gevonden wordt:

Zo Gij in 't recht wilt treden,
O HEER, en gadeslaan
Onz' ongerechtigheden,
Ach, wie zal dan bestaan?
Maar neen, daar is vergeving
Altijd bij U geweest;
Dies wordt Gij, HEER, met beving,
Recht kinderlijk gevreesd.

B. Paanstra



Terug naar het nieuwsoverzicht