Dankdag

6 november 2020

Hoe is het met onze dankbaarheid? Dankbaarheid betekent erkentelijk zijn en waardering tonen voor de weldaden die we mogen bezitten en/of hebben ontvangen. Dat is allereerst ten opzichte van de Heere. Als we dit als uitgangspunt nemen dan moeten we onszelf afvragen of wij de afgelopen periode dankbaar zijn (geweest). Laten we onszelf deze vraag stellen en daar ook antwoord op geven. Het gevaar is zo groot dat we alles maar gewoon vinden.

In de Bijbel heeft de Heere Jezus een bekend voorbeeld over dankbaarheid tot onderwijs voor ons allen laten opschrijven in Lukas 17. De Heere Jezus is onderweg naar Jeruzalem en komt door Samaría en Galiléa. Hij ontmoet in een klein plaatsje tien melaatsen die Hem van grote afstand roepen om ontferming. Dan krijgen zij een opdracht: “Gaat heen en vertoont uzelven den priesteren. En het geschiedde, terwijl zij heengingen, dat zij gereinigd werden”. Zij worden niet direct gereinigd/gezond, maar worden gezond terwijl zij onderweg waren naar de priester. Zij geloofden Hem op Zijn Woord, echter was het niet bij allemaal een zaligmakend geloof. Dat blijkt wel uit het vervolg.

Al gaande zagen zij dat zij rein, genezen waren. Eén van hen, ziende dat hij gereinigd/genezen was gaat direct al God verheerlijkend terug naar de Heere Jezus en valt Hem te voet “Hem dankende”. Er staat nog een toevoeging achter, het was een Samaritaan, een vreemdeling. Dan stelt de Heere Jezus de vraag: “Zijn niet de tien gereinigd geworden, en waar zijn de negen?”.

Wat was de oorzaak dat zij niet terugkeerden om de Heere te danken? Vonden zij het zo gewoon dat zij gereinigd/genezen waren? Waren hun ogen er niet voor geopend dat, wat zij ontvangen hadden, genade was? Hadden ze genoeg aan hun gezondheid en hadden ze Christus niet nodig? Hadden ze geen reiniging van hun hart nodig? Verdiende Hij die hen gereinigd had niet de eer?

En hoe is dat met ons? Wat krijgen wij elke dag veel en dat onverdiend. Dat wij tot nu toe genadetijd krijgen? Is het ons een wonder dat tot nu toe de kerken openbleven en wij in Gods huis en thuis onder Zijn Woord mochten verkeren? Dat onze kinderen op een school waar elke dag Gods Woord geopend mag worden les mogen krijgen? Dat wij ons werk op zo’n school mogen doen? Misschien bent u en/of uw kind(eren) wel genezen in de afgelopen tijd. Zijn wij tot de Heere teruggekeerd, Hem lovende en prijzende? Zijn wij Hem te voet gevallen om Hem te danken en de eer toe te brengen die Hij zo waardig is?

Of, moet de Heere ook van ons zeggen: “waar zijn de “negen”? Gaat de “Samaritaan”, een vreemdeling ons voor?

B. Paanstra



Terug naar het nieuwsoverzicht