Eenzaamheid

20 november 2020

We leven in een periode waarin regelmatig gehoord wordt dat er veel mensen zijn die eenzaam zijn. Velen kunnen weinig of geen bezoek ontvangen in verband met de maatregelen om de verspreiding van het coronavirus tegen te gaan. De oproep wordt dan ook steeds weer gehoord om aan elkaar te denken door middel van een telefoontje of een kaartje. Als het mogelijk is een bezoekje. Het blijkt juist in deze periode dat eenzaamheid grote invloed heeft op onze psyche. Het heeft zelfs zo’n grote invloed dat er in deze tijd meer mensen zijn die in psychische zorgen terecht komen. Voor ons allemaal een reden om aan elkaar te denken.

Onder kinderen kan er ook eenzaamheid zijn. Kinderen die bijvoorbeeld geen aansluiting hebben in hun groep. Aan het begin van het cursusjaar maken we een sociogram waarin zichtbaar wordt gemaakt hoe de kinderen ten opzichte van elkaar staan in de groep. Dan komen er soms leerlingen uit die weinig of geen aansluiting hebben. Dat kan voor een kind psychisch heel zwaar zijn. Als school proberen wij ook hierin te sturen zodat er weer wat contacten ontstaan. Als ouders kunt u er ook op letten dat zulke kinderen worden uitgenodigd voor een verjaardagsfeestje of om te komen spelen.

Ook onder ouders komt eenzaamheid voor. Als je bijvoorbeeld op het schoolplein wacht op je kind en er geen aansluiting is bij andere wachtende moeders. Dat je ziet dat anderen wel contact hebben en jij niet. Of wanneer we op een oudermorgen met vele ouders bij de groep aanwezig zijn en je zit er als een eenling tussen. Laten we proberen met elkaar hier oog voor te hebben. Maak ook eens een praatje met die ouder die soms alleen staat.

Wat vraagt de Heere van ons? Het is de Heere Jezus Zelf die ons wijst op het leven naar Zijn geboden. In de samenvatting van de tien geboden houdt Hij ons voor: “Gij zult liefhebben den Heere, uw God, met geheel uw hart, en met geheel uw ziel, en met geheel uw verstand. Dit is het eerste en het grote gebod. En het tweede aan dit gelijk, is: Gij zult uw naaste liefhebben als uzelven”. In het houden van Zijn geboden is geen ruimte voor eenzaamheid. In het boek Job horen we Job, die alles is kwijt geraakt klagen: “Mijn adem is mijn huisvrouw vreemd; en ik smeek om der kinderen mijns buiks wil”. Zijn vrienden vielen hem ook af en wezen hem zelfs aan als een goddeloze. Job was eenzaam. Echter, hij mocht uit genade uitroepen: “Want ik weet: mijn Verlosser leeft”. In hoofdstuk 42 worden Jobs vrienden door God terecht gewezen: “Mijn toorn is ontstoken tegen u, en tegen uw twee vrienden, want gijlieden hebt niet recht van Mij gesproken, gelijk Mijn knecht Job”. Zij kregen de opdracht om te offeren in aanwezigheid van Job. Er was bloed nodig voor hun schuld. Job krijgt de opdracht om voor hen te bidden. Zo is er ook bloed nodig voor onze schuld. Mogen wij weten dat de Heere ons verlost heeft van onze schuld? Mogen wij weten of Hij Zijn bloed heeft gestort voor ons en onze kinderen? Met minder kan het niet!

B. Paanstra



Terug naar het nieuwsoverzicht