Eén ding is nodig

22 januari 2021

We lezen in Lukas 10 vers 38 t/m 42 over twee zussen. Het zijn Maria en Martha. Het was Martha die de Heere Jezus ontving in haar huis. Martha is gastvrij. Zijn wij dat ook? Wat is het goed om open te staan voor anderen. Het is toch ook vanuit Gods wet de opdracht om onze naasten lief te hebben als onszelf? Martha toont hier in haar leven dat het haar wens is om te voldoen aan Gods wet.

Dan lezen wij ook over haar zus Maria. Was zij ook gastvrij? Dat lezen we niet over haar. We lezen wel dat zij verkeert aan de voeten van de Heere Jezus. Wat is dat een goede plaats. Kennen wij en onze kinderen dat plaatsje ook?

Wat is het verschil tussen deze twee zussen? De één, Martha is bezig om te zorgen. Ze zoekt het goede voor de tijd. Wil goed voor haar gasten zorgen. Het zijn allemaal geoorloofde zaken waar ze mee bezig is. Haar zus bekommert zich niet om deze tijdelijke zaken. Zij is begerig naar het woord wat de Heere Jezus tot hen spreekt. Zij verkeerd aan zijn voeten.

Wie doet het nu goed? Daar geeft de Heere Jezus Zelf antwoord op: “Maar één ding is nodig”. Hij keurt het werken van Martha niet af. Hij houdt haar wel voor: “Martha, Martha, gij bekommert en ontrust u over vele dingen”. De Heere Jezus stelt haar de vraag, waar ben je nu allemaal mee bezig Martha? Je maakt je druk over vele zaken. Geoorloofd, maar wel alleen voor de tijd. Hij houdt haar voor dat er maar één ding nodig is. Wat is dat ene ding dan?

De kanttekening verwijst naar Psalm 27 : 4: “Eén ding heb ik van den HEERE begeerd, dat zal ik zoeken: dat ik al de dagen mijns levens mocht wonen in het huis des HEEREN, om de lieflijkheid des HEEREN te aanschouwen, en te onderzoeken in Zijn tempel”. Bij “Eén ding heb ik begeerd” staat de volgende kanttekening: “David schijnt dit gedicht te hebben in zijn ballingschap, wanneer hij wel in vele zwarigheden stak, maar van geen zo gedrukt en gekweld werd als dat hij den reinen godsdienst en Goddelijke waartekenen der zaligmakende genade met Gods volk niet mocht gebruiken; waarom hij ook dit voornamelijk en gestadiglijk in zijn gebeden te dien tijde God heeft voorgehouden”. Het hart van David ging uit naar God en naar Zijn dienst, naar Zijn genade.

Hoe is dat bij ons? We zijn allemaal druk met ons werk, thuis of op ons werk. We zijn druk met het begeleiden van de kinderen thuis met hun schoolwerk. Hopelijk allemaal geoorloofde dingen. De Heere Jezus geeft hier aan Martha raad: Er is maar één ding nodig. Het is dezelfde boodschap die Hij op een andere plaats ons voorhoudt: “Maar zoekt eerst het Koninkrijk Gods en Zijn gerechtigheid, en al deze dingen zullen u toegeworpen worden”. Geloven we dat? Dat de belijdenis van koning David, ook in deze zorgvolle tijd, ons hart mag vertolken:

Al zie ik zelfs een leger mij omringen,
Nog vrees ik niet; 'k verlaat mij op den HEER;
Al wil men mij door enen oorlog dwingen,
'k Leg mij gerust, hierop vertrouwend, neer.
Deez' éne zaak heb ik begeerd van God;
Daar zoek ik naar; dit zij mijn zalig lot:
Dat ik, zo lang mij 't levenslicht bescheen,
In 's HEEREN huis mocht wonen hier beneên.

B. Paanstra



Terug naar het nieuwsoverzicht