Moeilijke tijd

6 februari 2021

Wat leven we met onze kinderen in een moeilijke tijd. De zorgen zijn wereldwijd en ook in Nederland groot. Naast de coronapandemie zijn nog zoveel andere zorgen. De beperkingen door de lockdown zijn ingrijpend. De scholen zijn nu al vijf weken gesloten. Het onderwijs mag wel zijn voortgang hebben, alleen wel op afstand. Van u als ouders wordt veel gevraagd om, naast alle werkzaamheden thuis en/of elders, ook uw kind(eren) te begeleiden in hun schoolwerk. Toch hebben we het wel met elkaar mogen doen. Laten we niet vergeten om de Heere ook daarvoor te danken. Aanstaande maandag mogen de basisscholen weer hun deuren openen, mogen we de kinderen weer op school ontmoeten. Toch zullen er nog vele vragen overblijven. Hoe zal het allemaal gaan in de toekomst? Hoelang zal het allemaal nog gaan duren? Komen we hier ooit helemaal uit? Waar brengt dit ons? Heeft het ons in de benauwdheid gebracht, om onze tijdelijke noden en om de nood van onze ziel en die van onze kinderen?

In Psalm 50 staat een tekst die ons de weg wijst: “En roept Mij aan in den dag der benauwdheid; Ik zal er u uithelpen, en gij zult Mij eren”. Daar is echter wel een “maar” aan verbonden. Het is de Heere die door Asaf in deze Psalm tot ons spreekt. Hij spreekt in deze Psalm tot degenen die Hem uit genade oprecht hebben leren dienen en tot hen die de schijn wekken dat ze God aanbidden maar leven in ongehoorzaamheid. Voor hen die de Heere oprecht mogen dienen is er hulp in benauwdheid. Voor hen is er een vrijmoedige toegang tot de troon der genade. Voor hen is er hoop bij de Heere vandaan, “Ik zal er u uithelpen”. Als dat zo in het hart mag zijn dan volgt daaruit ook het slot van dit vers: “en gij zult Mij eren”. Dan krijgt de Heere de eer die Hij zo waardig is. Hoe is het met ons en onze kinderen? Waar horen wij bij? Mogen wij weten dat de Heere ons een hulp is in benauwdheid? Als dat niet zo is dan horen wij bij hen waarvoor dit psalmvers niet geldt. Dan zullen we het moeten doen zonder Zijn hulp. Echter, het is nog genadetijd. Het wordt ons vanuit Zijn Woord elke dag nog toegeroepen: “Heden, indien gij Zijn stem hoort, zo verhardt uw harten niet”. Er is nog een mogelijkheid van zalig worden in Christus. Laten we onze knieën buigen en Hem vragen of Hij ook ons en onze kinderen genadig wil zijn. Laten we ons haasten en spoeden om ons levens wil. Dat ons gebed mag zijn met de dichter van Psalm 51 vers 1:

Genâ, o God, genâ, hoor mijn gebed;
Verschoon mij toch naar Uw barmhartigheden;
Delg uit mijn schuld, vergeef mijn overtreden:
Uw goedheid wordt noch paal, noch perk gezet.
Ai, was mij wel van ongerechtigheid;
Mijn schuld is zwaar, ik heb Uw wet geschonden;
Zie mijn berouw, hoor, hoe een boetling pleit,
En reinig mij van al mijn vuile zonden.

B. Paanstra



Terug naar het nieuwsoverzicht