Geloven wij de prediking?

8 maart 2021

De profeet Jesaja begint het 53e hoofdstuk met een persoonlijke vraag. Hij stelt de Joden de vraag: “Wie heeft onze prediking geloofd?”. Stelt Jesaja de Joden deze vraag? Geloven zij de prediking dan niet?

Deze vraag volgt op het laatste vers van het vorige hoofdstuk. De profeet Jesaja schrijft daar: “Alzo zal Hij vele heidenen besprengen, ja, de koningen zullen hun mond over Hem toehouden; want denwelken het niet verkondigd was, die zullen het zien, en welken het niet gehoord hebben, die zullen het verstaan”. Wat betekent dat? “Alzo zal Hij (Christus) vele heidenen besprengen”. De kanttekeningen zeggen daarvan: Te weten (besprengen) met Zijn vergoten bloed en uitzending der gaven Zijns Geestes bij de predicatie van het Heilig Evangelie en het gebruik der heilige sacramenten. Zij worden besprengd met Zijn verzoenend bloed. De heidenen? Ja, de heidenen! Zelfs hun koningen zullen hierin berusten en er behagen in vinden. Wat een wonder dat zij, die de prediking (profetieën) niet hebben gehoord en al de offers uit het Oude Testament niet hebben gezien, Zijn bloed niet verachten. Dat het verzoenend bloed van Christus gesprengd zal worden in hun hart.

De Joden hadden genoeg aan hun godsdienst. Zij hadden alleen een koning nodig voor hun land en niet een Koning voor hun hart. Zij hadden het verzoenend bloed van Christus niet nodig. Zij verachtten zelfs Zijn bloed. Wat aangrijpend. Zij wisten van de val in Adam. Zij wisten dat al de offers die in de tempel gebracht werden heen wezen naar het ene Offer. Zij wisten de noodzakelijkheid van het bloed dat gesprengd moest worden op het verzoendeksel. En toch deze prediking niet geloofd? Nee! Wat aangrijpend dat deze mensen, die het vanuit de profetieën zo goed wisten, Zijn bloed niet nodig hadden.

Hoe is dat bij ons en onze kinderen? Wij weten van de schepping waarvan God Zelf gezegd heeft: “het is zeer goed”. Een volmaakte schepping. Wij weten van onze val in Adam. Wij weten dat wij daardoor de drievoudige dood moeten sterven. Wij weten dat, als het bloed van Christus niet aan de beide deurposten en de bovendorpel van ons hart gevonden wordt, de verderfengel aan ons niet voorbij zal gaan. Nu mogen wij in deze tijd, de lijdenstijd, weer horen van de weg die de Heere Jezus heeft willen gaan om verzoening voor Zijn Kerk te verwerven. Er is uit genade nog een mogelijkheid van zalig worden in en door Hem, Die aan het kruishout heeft uitgeroepen: “Het is volbracht”. Die zaligheid is nodig voor ons en onze kinderen. Geloven wij de(ze) prediking?

De Heere beware ons er voor dat het volgende Psalmvers voor ons zou gelden:

'k Heb aan dit volk, dat Mij vergat,
Een langen tijd verdriet gehad,
Ja, veertig jaar hun hoon verdragen,
En zei: "Dit volk, dat steeds Mij sart,
Heeft een verdwaasd en dwalend hart;
't Schept in Mijn wegen geen behagen."

B. Paanstra



Terug naar het nieuwsoverzicht